Goed geholpen, snel geregeld

Objectafbakening

De omvang van een WOZ-object wordt door Tribuut bepaald en wordt bij de WOZ-beschikking vastgesteld. Hoe uw object is afgebakend kunt u echter niet zien aan de WOZ-beschikking. Daarvoor dient u het taxatieverslag bij Tribuut op te vragen. Op deze pagina leest u hoe u uw taxatieverslag bekijkt.

Om een WOZ-object te kunnen taxeren moet eerst duidelijk zijn wat er moet worden meegenomen bij de taxatie. De Wet WOZ geeft regels voor ‘de afbakening’ van het te taxeren object. Ieder WOZ-object dat getaxeerd wordt, staat in de Basisregistratie Kadaster (BRK). Daarin wordt vastgelegd welke kadastrale percelen en/of appartementsrechten bij het WOZ-object horen en wie de eigenaar is. In de Basisregistratie Personen is vastgelegd wie de gebruiker van een woning is. Er ligt ook een relatie naar de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) waaruit blijkt welke panden en/of verblijfsobjecten bij het WOZ-object horen en wat de gebruiksoppervlakte van bijvoorbeeld een woning is.

De objectafbakening van een onroerende zaak voor de Wet WOZ vindt meestal via een stappenschema plaats. Daarbij wordt eerst bepaald of er een gebouwd eigendom is (gebouw of werktuig) en daarna wordt bepaald of het gebouwde eigendom in zelfstandige gedeelten is op te splitsen. Ten slotte worden de zelfstandige gedeelten samengevoegd tot een samenstel als die dezelfde eigenaar hebben, bij dezelfde gebruiker in gebruik zijn en naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen.

Wat zijn gemengde objecten?
Gemengde objecten zijn objecten met een woonfunctie én een andere functie.
Denk hierbij aan praktijkwoningen, woon-winkelpanden of agrarische objecten.
Vaak is onduidelijk welk tarief voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB) geldt bij deze objecten. Hieronder leest u daar meer uitleg over.

Passen wij het OZB tarief voor woning of niet-woning toe?
Of een object voor de OZB een woning of een niet-woning is, ligt vast in artikel 220a van de Gemeentewet. Daarvoor kijken wij naar alle onderdelen van de WOZ-waarde die bij het woongedeelte horen. 
Vormt het woongedeelte meer dan 70% van de WOZ-waarde? Dan wordt het gezien als een woning. In dit geval is er alleen een aanslag OZB-eigenaar op basis van het tarief woning.
Vormt het woongedeelte minder dan 70% van de WOZ-waarde? Dan wordt het hele object gezien als niet-woning. Dan krijgt zowel de eigenaar als de gebruiker een aanslag.

Voorbeeld
U heeft een akkerbouwbedrijf met een WOZ-waarde van € 300.000. Als eigenaar betaalt u OZB over een WOZ-waarde van € 300.000. De waarde van het woondeel is € 225.000. Omdat meer dan 70% van de waarde betrekking heeft op het woondeel, wordt het hele object als woning gezien. De eigenaar ontvangt een OZB aanslag op basis van het woningtarief. En er wordt geen OZB-gebruikers aanslag opgelegd.

Woondelen in niet-woningen? Hoe werkt het?
Bij een niet-woning krijgt zowel de gebruiker als de eigenaar een aanslag OZB. Maar bij de aanslag voor de gebruiker telt de waarde van alle woononderdelen niet mee. Dit is geregeld in artikel 220e van de Gemeentewet. En heet de woondelenvrijstelling. De heffingsmaatstaf voor de eigenarenaanslag OZB en de WOZ-waarde worden niet gewijzigd.

Voorbeeld
Er is een woonwinkelpand met een WOZ-waarde van € 750.000. Alle woononderdelen samen hebben een waarde van € 250.000. Omdat minder dan 70% van de waarde betrekking heeft op het woondeel is het een niet-woning. Er wordt een OZB aanslag opgelegd aan de eigenaar op basis van de totale WOZ-waarde van € 750.000. De gebruiker krijgt een OZB aanslag opgelegd gebaseerd op € 500.000, omdat het woondeel niet meetelt.

Zie ik de waarde van mijn woononderdelen op taxatieverslag?
Ja! Alleen staan de woononderdelen vermeld tussen alle onderdelen van uw object. Bekijk in MijnTribuut uw taxatieverslag om de WOZ-waarde van het woongedeelte in te zien.